Psalm 56a Miserere mei Deus – Wees genadig God

Blad: 67v

Lees:

Opschrift in rode letters: Tot het einde. Voor het volk dat ver werd verwijderd van het heiligdom. Van/voor David. Voor een opschrift op een zuil toen de Filistijnen hem grepen te Gat. Het verhaal over David achter dit historische opschrift wordt verteld in 1 Samuël 21, 11-16.

Bid: Vers 2-3

Kijk:

De psalmist wordt met geboeide handen aan de slip van zijn mantel naar links meegenomen door een man, die gewapend is met een speer. Een andere man houdt hem vast aan een touw, terwijl hij de deur van een gebouw (gevangenis?) openzet of sluit. Is dit een verbeelding van de gevangenneming van David door de Filistijnen, die hem vrijlieten toen David zich gedroeg als een krankzinnige? Of is het een verbeelding van de situatie van achtervolging die de psalmist in de eerste verzen van deze psalm beschrijft?

Bid: Vers 4-7a

Schrijf: