Psalm 2b vers 3-12

Blad: 3r

Bid: Vers 3-7

Kijk:

Deze illustratie is het tegenbeeld van het beeld op de vorige pagina. De gezalfde op blote voeten, Christus zelf of David als zijn voorloper, is een gekroonde koning met schoenen geworden, die boven op de berg Sion staat. Hij draagt het purperen kleed, dat koning Herodes op de vorige bladzijde aan heeft. In zijn hand heeft hij een kruisstaf. Wat betekent het gebaar dat hij met zijn rechterhand maakt? Wijst hij naar het tafereel op de vorige pagina? Uit de hemel komt de hand van God, die naar de gezalfde wijst en het spreekgebaar maakt, dat hoort bij de verzen 6 en 7 uit de psalm. Aan de voet van berg knielt een drietal mensen neer; een van hen omklemt de voeten van de koning. Rechts in het beeld zit een man in klassiek gewaad gekleed, die met een open rechterhand naar Christus wijst. Wie is hij? Is hij de psalmist?

Bid: Vers 8-12

Kijk nog eens:

De mensen op hun knieŽn zijn blijkbaar de vertegenwoordigers van de volken die de koning als zijn erfdeel zijn gegeven. Zij doen hier waartoe de psalmist, die rechts in het beeld zit, hen in vers 11 oproept: Dient de Heer met ontzag, kust hem bevend de voeten.

Lees verder bij Augustinus: klik hier.

Schrijf:

Deel ik het inzicht van de psalmist, dat de hand van God alle machtigen van de aarde hun plaats zal wijzen en de machtelozen zal verhogen?