Psalm 20 Exaudiat te Dominus – De Heer verhore u

Blad: 23v

Lees:

Opschrift in rode letters op de vorige bladzijde: Tot het einde. Een psalm van/voor David.

Bid: Vers 1-7

Kijk:

Na een lange zegenwens in de richting van de lezer of van David (?) spreekt de psalmist in vers 7 als zekerheid uit dat de Heer de overwinning schenkt aan zijn gezalfde. Het is die zalving die we hier zien uitgebeeld. De knielende persoon op de voorgrond, die zijn handen biddend uitstrekt, wordt door twee handen gezalfd. Op de eerste plaats door de hand van God, die uit een vaatje olie op zijn hoofd giet. Op de tweede plaats door de oude persoon, die voor hem staat met een kruikje in de linkerhand en zijn rechterhand op zijn hoofd legt. Wie zijn deze beide personen? Wordt hier David tot koning gezalfd door de profeet Samuel (1 Samuel 16)? In vers 7 spreekt David dan over zichzelf of spreekt de bidder van de psalm over David. In het laatste geval moet het opschrift boven de psalm gelezen worden als een psalm voor David.

Bid: Vers 8-10

Schrijf:

Ik stel me voor dat ik het ben die daar gezalfd word. Lang geleden ben ik in de kerk gedoopt en gezalfd. Ik lees de psalm nog eens alsof de psalmist het tegen mij (u) heeft; het opschrift boven de psalm zou luiden: een psalm voor mij. Wat roept dat beeld van gezalfd worden, door de hand van de voorganger in de kerk en door de hand van God, bij mij op?